Zoeken Contact Colofon

U bent nu hier:
 Print deze pagina

Complicaties

DVD-animatie 1

Plaatsen totale heupprothese (gecementeerd)
DVD-animatie 2

Plaatsen totale heupprothese (ongecementeerd)
Mogelijke complicaties

Ondanks alle zorg rondom de operatie kunnen er soms complicaties optreden.

  • De kop van de kunstheup kan uit de kom schieten. De kans hierop is de eerste drie maanden na de operatie het grootst. Houdt u zich daarom goed aan de instructies van de fysiotherapeut.

  • Er kan sprake zijn van een verschil in beenlengte.

  • Zenuwbeschadiging (verlamming van het been) kan optreden.

  • De heupprothese kan na langere tijd loslaten.

  • Er bestaat kans op infectie van de heupprothese of het gebied eromheen.

  • Nabloeding van de wond kan optreden.

  • Er is kans op trombose. Om dit te voorkomen, krijgt u na de operatie nog enige maanden bloedverdunnende middelen.

  • Als de wond onrustig is, bijvoorbeeld erg zeer doet, warm aanvoelt, ‘klopt’ of opzet, neem dan snel contact op met uw orthopedisch chirurg.

  • Als u ergens op of in uw lichaam een infectie heeft, vooral aan het been met de heupprothese, wees dan alert op veranderingen. Als het gewricht of de wond anders voelt, pijnlijker wordt, er anders uit gaat zien of als u het niet vertrouwt, neem dan direct contact op met uw behandelend arts of uw huisarts.



Roken vergroot de kans op complicaties bij het herstek. Zelfs wie tijdelijk stopt (van minimaal 4 weken voor de operatie tot ten minste 4 weken na de operatie), halveert die kans. Meer informatie hierover leest u in Zorg voor beweging Jaarmagazine 2015. Uw orthopedisch chirurg kan u ook meer informatie geven.

Als een heupprothese niet naar wens functioneert, overlegt de orthopedisch chirurg met u de mogelijkheden. Vaak biedt een nieuwe operatie een oplossing. Zo’n nieuwe operatie heet een 'hersteloperatie' of een ‘revisieoperatie’. Bij een hersteloperatie worden één of meerdere onderdelen van de heupprothese vervangen, toegevoegd of verwijderd. Van elke 100 patiënten blijkt bij 1 of 2 patiënten (1,4%) een hersteloperatie nodig in het eerste jaar dat zij de prothese hebben. Dat is bekend uit de Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten (LROI).



In 22% van deze gevallen is de gehele heupprothese vervangen.
Bij 68% van de operaties was het een gedeeltelijke revisie waarbij één of meerdere onderdelen zijn vervangen:

  • heupkop
  • heupsteel
  • heupkom
  • plastic lager in de heupkom.

U ziet dit terug in onderstaand overzicht (klik er op voor een grote afbeelding).




Girdlestone situatie

Het komt voor dat de orthopedisch chirurg en de patiënt besluiten een heupprothese te verwijderen zónder dat er een nieuwe heupprothese voor terugkomt. Dit heet een ‘Girdlestone situatie’ (vernoemd naar de Britse professor Gathorne Robert Girdlestone, 1881-1950).

Deze situatie is tijdelijk als er sprake is van een infectie bij de heupprothese. De prothese wordt verwijderd en als de infectie is verdwenen, plaatst de orthopedisch chirurg een nieuwe heupprothese.

De situatie is blijvend als de heupprothese moet worden vervangen terwijl de kwaliteit van het bot niet goed genoeg is om een nieuwe heupprothese te plaatsen. Er kan ook geen nieuwe heupprothese geplaatst worden als de gezondheid van de patiënt dit niet toelaat.



Mensen die een dergelijke Girdlestone-heup hebben, zijn minder mobiel. Het been mag volledig belast worden en de meeste mensen kunnen kleine afstanden afleggen zonder hulpmiddel (bijv. stok of rollator). Voor de grotere afstanden gebruiken veel mensen wel een hulpmiddel. De afstand die men af kan leggen wisselt. Het been zonder heupgewricht is meestal korter; een schoen met dikkere zool compenseert dat verschil in beenlengte. De invloed van de Girdlestone situatie op het dagelijks leven, verschilt per persoon. Dat heeft te maken met hoe fit iemand is, maar bijvoorbeeld ook met de persoonlijke omstandigheden en de leeftijd.
Als u te maken krijgt met deze Girdlestone situatie, bespreekt de orthopedisch chirurg met u wat de gevolgen zullen zijn.