Zoeken Contact Colofon

U bent nu hier:
 Print deze pagina
DVD-animatie 1

Plaatsen totale heupprothese (gecementeerd)
DVD-animatie 2

Plaatsen totale heupprothese (ongecementeerd)

Algemeen

De NOV heeft een ordening aangebracht in de heupprothesen die in Nederland beschikbaar zijn. Hierbij zijn de heupprothesen in drie categorieën verdeeld, namelijk categorie 1A, 1B en 2. Bij het ordenen van de heupprothesen in deze drie categorieën (1A, 1B en 2) maakt de NOV gebruik van de uitgangspunten van de richtlijnen van de internationaal erkende NICE-criteria (National Institute for Health and Clinical Excellence) van de National Health Service van het Verenigd Koninkrijk.


De indeling in drie categorieën is gedaan op basis van het langetermijnresultaat van een heupprothese.
 Die langetermijnresultaten zijn bekend vanuit wetenschappelijk onderzoek en/of vanuit registers die in sommige landen worden bijgehouden over welke prothesen worden geplaatst en met welk resultaat. Dit gebeurt bijvoorbeeld in Zweden, Australië, Nieuw Zeeland en in Nederland.
Het langetermijnresultaat houdt in dat voor elke heupprothese wordt gekeken naar het revisiepercentage in de jaren na de operatie. Een op dit moment aanvaardbaar revisiepercentage is niet meer dan 1% per jaar na de operatie. Het standpunt van de NOV is dat innovatie nodig zal blijven om de resultaten nog verder te verbeteren.

NB. Deze tekst is een verkorte en vereenvoudigde weergave van het oorspronkelijke advies. De officiële tekst, inclusief de prothese-indeling per categorie, leest u via deze link.

Categorie 1A:
Deze categorie omvat heupimplantaten (steel of kom) met een revisiepercentage van gemiddeld 10% of minder na 10 jaar.
Dus: van de heupprothesen in deze categorie is bekend dat na 10 jaar bij minimaal 90% van de patiënten geen nieuwe operatie nodig is geweest.

Categorie 1B:

In deze categorie bevinden zich heupimplantaten (steel of kom) met een revisiepercentage van gemiddeld 5% of minder na 5 jaar.
Dus: van de heupprothesen in deze categorie is bekend dat na 5 jaar bij minimaal 95% van de patiënten geen nieuwe operatie nodig is geweest.

Er is geen reden het gebruik van de implantaten in deze categorie te ontraden.

Categorie 2:

Prothesen die (nog) niet voldoen aan bovengenoemde criteria maar die wel zijn opgenomen in een onderzoek dat is goedgekeurd door de Medisch Ethische Toetsingscommissie (METC), bevinden zich in categorie 2.


Elk jaar een update

Eenmaal per jaar (peildatum 1 november) zal de NOV de indeling zonodig aanpassen. Zo kan een kom of steel die eerst aan de eisen van categorie 1B voldoet, in de toekomst doorschuiven naar categorie 1A. Ook kunnen nieuwe prothesen dan voldoen aan de eisen van categorie 1B.

Innovaties zijn en blijven nodig
Voor de lange termijn is het wenselijk dat heupimplantaten zich blijven ontwikkelen. Daarom zijn en blijven de implantaten in categorie 2 van belang. Goede informatie aan en overleg met de patiënt over de implantaat in kwestie en het bijbehorende onderzoek is hierbij erg belangrijk.

Overzicht prothesen in categorie 1A en 1B.